classic / modern

← terug

Tijdmachine deel XIII
23 februari 2004


“Het was zijn vader”, zeg ik, als ik Mara naar het grote schilderij tegenover ons zie staren. “Ja dat weet ik, eenzelfde soort schilderij hangt ook bij ons op Zweinstein. Ik heb het ooit op het kantoor van Heer Wayra zien hangen. Het zwaaide toen naar me.”
Ik kijk haar even vragend aan, maar bedenk me dan dat we het wel over Zweinstein hebben. Ik heb niet voor niets de Harry Potter boeken gelezen, dus dan moet ik weten dat de schilderijen en foto’s ‘leven’.
Ik duw Mara half van me af, half terug op de leuning, zodat ik op kan staan. Zodra ik sta en me omdraai zie ik dat de kamer al leeg is, behalve Heer Toro en Madam Lina, die in de andere hoek van de kamer zitten te praten. “Ik loop nog even naar buiten voor wat frisse lucht, voordat ik ga slapen”, begin ik tegen Mara: “loop je mee?” “Tuurlijk”, lacht ze en staat op van haar stoel. “Hoho, wacht heel even waar gaan jullie heen?”, klinkt het achter ons. Heer Toro staat op en loopt op ons af. “Ehm naar buiten?”, antwoord ik. “Sorry maar het is eigenlijk niet de bedoeling dat jullie ’s avonds laat nog naar buiten lopen.” “Ja, maar het is alleen maar voor een frisse neus. Niets bijzonders, en we zullen op het bordes blijven.”, leg ik uit met mijn aller vriendelijkste blik. “Ach Toro, laat ze toch even naar buiten, er gebeurt heus niets.”, klinkt de stem van Madam Lina. “Ja maar je weet wat Wayra gezegd heeft, over wat er de afgelopen paar nachten is gebeurd.”, antwoord Heer Toro, terwijl de blik in zijn ogen verraad dat hij dit eigenlijk niet had willen zeggen in ons bijzijn. “Nou schiet op, waarom zijn jullie nog niet buiten dan?”, klikt het enigszins nors.
Als ik de buitendeur open, komt een heldere sterrenhemel ons tegemoet. Het is kraakhelder buiten en ik ben de tijdmachine dankbaar dat hij me naar een tijd heeft gebracht waar lantaarnpalen nog niet bestonden. Het enige tegenlicht, komt van het enkele raam van het kasteel waarachter nog licht brand. Voor de rest is het alleen maar de maan, de sterren en nog meer sterren. Ik loop de trap af naar de binnenplaats en leg mijn hoofd zover mogelijk in mijn nek. “Dit is één van de weinige momenten dat ik me niet lang voel, maar juist ongelooflijk klein.”, vertel ik Mara die lachtent op me af komt lopen. “Is dat zo?” vraagt ze terwijl ze twee armen om mijn middel vouwt en tegelijkertijd: “Sorry, maar ik heb het koud.” “Och geeft niet.”, grijns ik terug en draai me om en wikkel mijn mantel nog half om haar heen. Ik staar weer naar boven en zie nog net een zwart iets naar beneden vallen.
Ik grijp Mara vast en duik opzij. Met een knal landt een groot stuk steen naast ons neer. Ik rol van Mara af en met z’n tweeën gapen we naar boven. Op het terras van de vierde verdieping, staat de gemantelde figuur weer met opgeheven staf, verlicht door door de sterrenhemel. Rond de toren vliegen nu twee dingen. De eerste schiet weer een groene lichtflits af die vlak boven het terras uit elkaar spat. Het tweede vliegende ding doet het zelfde en ook deze lichtstraal ketst af. Met dat deze afketst is een soort van half rond schild zichtbaar, maar wordt ook meteen weer onzichtbaar na de explosie. De gemantelde figuur heft zijn staf weer en schiet een gele lichtbal af naar een van de vliegende objecten. Deze ontwijkt de lichtbal die doorschiet richting sterrenhemel. Een tweede lichtbal komt van het terras af en ontploft vlak bij één van de vliegende dingen, door het licht dat er ontstaat zie ik iets dat lijkt op een persoon die vliegt op, naar alle waarschijnlijkheid, en bezem. “Wie zijn dat?”, fluister ik naar Mara. “Geen idee, misschien volgelingen van Heer Loku?”, antwoord ze, maar haar antwoord klinkt niet heel erg overtuigend. Ondertussen schieten er twee groene lichtstralen naar het terras toe. Eentje mist doel, maar de andere suist door naar beneden en spat op het terras uit elkaar. Wederom valt er een stuk steen naar beneden. Gelukkig voor ons, aan de andere kant van de toren. Op hetzelfde moment stormt heer Toro naar buiten. “Ik heb jullie toch gewaarschuwd. Vlug naar binnen jullie.” En hij grijpt Mara bij haar hand en sleurt haar mee de trap op naar binnen. Ik ren erachteraan. “En nu naar boven en ga slapen. Nee, ik ga niets uitleggen. Vergeet wat jullie gezien hebben. En heb het er vooral met niemand over.”
“Kom”, zegt Madam Lina: “Ik zal met jullie meelopen naar boven.” En ze leidt ons vriendelijk de trappen op naar de slaapzaal. “Sorry dat jullie dit moesten meemaken, ik had jullie niet naar buiten moeten laten gaan. Maar ga nu alsjeblieft slapen. Jullie krijgen hier binnenkort een verklaring voor. Of eigenlijk ” Mara en ik kijken haar vragend en verbaasd aan. “Goed, misschien hebben jullie het al geraden, maar dat waren volgelingen van Heer Loku. Zij zijn er op de één of andere manier achter gekomen dat het Gezelschap van het Kollumsoord voor Magie en Schone Kunsten weer bij elkaar is gekomen. Hier in ditzelfde kasteel. En zij zijn al enkele dagen bezig om ons van ons werk af te houden.” “Maar wie stond er dan boven op het terras?”, vraagt Mara. “Heer Wayra lieverd, maar ga nu maar gauw slapen, binnenkort praten we verder.”
Als we de slaapkamer oplopen, lopen we meteen door naar het grote raam. Helaas is er niets meer te zien, afgezien van een heldere sterrenhemel die een grote toren verlicht





Carolien — 23 februari 2004

En daar vervloog het romantische moment in een vuurgevecht van lichtflitsen. Gauw verder schrijven!


Hansje — 23 februari 2004

Ach, wat een ruwe onderbreking! Morgen een nieuwe kans voor die twee?


Liesette@mark — 24 februari 2004

Lieve mark, misschien wordt het tijd voor of een eigen weblog of een uitgeverij??





Reacties zijn gesloten.

logo